Half september is een overgangsperiode: de zomergewassen leveren vaak nog volop, terwijl de nachten snel koeler worden. De wind draagt de eerste geur van bladeren, aarde en naderende herfst met zich mee. Het is een moment van oogsten én loslaten: nog even genieten van wat de zomer heeft gebracht, terwijl we ons langzaam voorbereiden op rust, verstilling en een nieuw begin. Wie in deze overgang goed kijkt, ziet in de tuin iets van de menselijke reis weerspiegeld — groeien, bloeien, dragen, veranderen en uiteindelijk ruimte maken voor wat komen gaat.

De belangrijkste aanpak is nu: oogsten, opruimen zonder alles kaal te maken, nieuwe herfst- en winterteelten starten, planten vermeerderen en de bodem bedekt houden.
1. Begin met een ronde door de tuin
Loop eerst rustig door de tuin en let op:
- Gewassen die klaar zijn om te oogsten.
- Planten die nog bloemen of vruchten dragen.
- Lege plekken in borders of moestuinbedden.
- Zieke bladeren, rotte vruchten en schimmel.
- Planten die steun of bescherming nodig hebben.
- Droge grond, vooral bij nieuw aangeplante planten.
- Zaden die bijna rijp zijn.
Maak eventueel meteen een korte notitie van rassen die goed of slecht presteerden. Dat maakt het plannen voor volgend jaar veel eenvoudiger.
2. Oogst regelmatig
In september groeien veel groenten en vruchten nog snel. Regelmatig oogsten voorkomt dat groenten doorschieten, taai worden of gaan rotten.
In de moestuin
Afhankelijk van het weer en wat je hebt staan, kun je onder andere oogsten:
- Tomaten, paprika’s en pepers.
- Courgettes, komkommers en sperziebonen.
- Aardappelen.
- Bieten, wortels en radijs.
- Uien en knoflook zodra het loof begint af te sterven.
- Pompoenen die volledig afgerijpt zijn.
- Snijbiet, sla, rucola en kruiden.
- Zomer- en herfstkolen.
- De eerste appels, peren, pruimen en bramen.
Pluk tomaten en paprika’s die nog niet volledig rijp zijn vóór een koude periode. Ze kunnen binnen verder kleuren op een lichte, niet te koude plek.
Pompoenen
Laat pompoenen zo lang mogelijk aan de plant zitten zolang het weer zacht blijft. Ze zijn meestal rijp wanneer:
- De schil hard is.
- De kleur volledig ontwikkeld is.
- Het steeltje kurkachtig en droog wordt.
Snijd de pompoen af met enkele centimeters steel. Leg rijpende pompoenen op een plankje, tegel of steen, zodat ze niet voortdurend op natte grond liggen. Dat vermindert de kans op rotten.
Fruit bewaren
Controleer appels en peren regelmatig. Haal beschadigde of rotte vruchten meteen weg, want rot verspreidt zich snel. Bewaar gave vruchten koel, donker en luchtig, bij voorkeur zonder dat ze elkaar raken.
Pluk appels en peren niet automatisch allemaal tegelijk: sommige rassen zijn pas goed wanneer ze enkele dagen of weken na het plukken narijpen.
3. Ruim de moestuin op, maar niet te grondig
Verwijder:
- Zieke planten.
- Planten die volledig zijn uitgebloeid en niets meer opleveren.
- Afgevallen of rotte vruchten.
- Onkruid dat zaad vormt.
- Aangetaste bladeren van tomaten, aardappelen en komkommers.
Laat gezonde wortels en kleine plantenresten zo veel mogelijk in de bodem zitten. Knip plantenresten boven de grond af en laat de wortels verteren, tenzij het om zieke planten gaat.
Gooi zieke planten liever niet op de composthoop. Zeker bij schimmelziekten, zoals aardappel- en tomatenziekte, is het verstandiger om aangetast materiaal via het groenafval af te voeren.
Een moestuinbed hoeft in de winter niet kaal en omgespit te zijn. Bedekte grond spoelt minder snel uit, droogt minder uit en biedt bescherming aan het bodemleven.
4. Zaai nog herfst- en wintergewassen
Half september kun je nog steeds veel zaaien. Kies vooral gewassen die snel groeien of bestand zijn tegen kou. De mogelijkheden hangen af van het microklimaat, de ligging en het ras.
Geschikte gewassen zijn:
- Rucola.
- Winterspinazie.
- Veldsla.
- Winterpostelein.
- Raapsteel.
- Mizuna en andere Aziatische bladgroenten.
- Pluksla en wintersla.
- Radijs en rammenas.
- Daikon.
- Meiraapjes.
- Tuinkers.
- Peterselie.
- Herfst- of winterui.
- Tuinbonen voor een vroege oogst volgend jaar.
In september genoemde herfstgewassen zijn onder meer rucola, spinazie, veldsla, winterpostelein, raapsteel, mizuna, rammenas en daikon.
Zo zaai je nu succesvol
- Maak de grond onkruidvrij.
- Werk de bovenste laag los met een hark.
- Geef droge grond eerst water.
- Zaai niet dieper dan op de verpakking staat.
- Dek het zaad af met fijne aarde.
- Houd de bovenlaag vochtig totdat de kiemplanten zichtbaar zijn.
- Dun te dicht opgekomen zaailingen tijdig uit.
Gebruik voor september bij voorkeur rassen waarop staat dat ze geschikt zijn voor herfst-, winter- of weeuwenteelt. In een koude kas, platte bak of onder vliesdoek kun je het seizoen verlengen.
5. Plant knoflook, uien en vaste planten
Knoflook kan vanaf het najaar worden geplant. De tenen maken vóór de winter wortels en lopen in het voorjaar krachtig uit. Plant alleen stevige, gezonde tenen en zet ze met de punt omhoog in goed doorlatende grond.
Ook winteruien en bepaalde plantuitjes kunnen in deze periode de grond in. Plant ze niet in een kletsnatte bodem; op zware kleigrond helpt een verhoogd bed of extra compost.
Half september is daarnaast een goede periode om vaste planten, fruitstruiken en aardbeien te planten. De bodem is vaak nog warm, terwijl de verdamping afneemt. Daardoor kunnen planten vóór de winter een wortelstelsel ontwikkelen.
Geschikt om nu te planten zijn bijvoorbeeld:
- Bessenstruiken.
- Frambozen en bramen.
- Aardbeien.
- Vaste kruiden.
- Herfstasters.
- Sedum.
- Siergrassen.
- Voorjaarsbloeiende vaste planten.
- Bomen en struiken in pot.
Geef nieuw aangeplante planten royaal water, ook als het af en toe regent. Regen maakt de bovenlaag nat, maar bereikt niet altijd de volledige kluit.
6. Plant voorjaarsbloeiende bollen
Vanaf september kunnen de eerste voorjaarsbollen worden geplant. Vooral narcissen, krokussen, blauwe druifjes en sieruien kunnen in het najaar de grond in. Tulpen worden vaak wat later geplant, bij voorkeur wanneer de bodem is afgekoeld.
Plant bloembollen:
- In goed doorlatende grond.
- Op een diepte van ongeveer twee tot drie keer de bolhoogte.
- Met de punt omhoog.
- Niet op een plek waar water blijft staan.
- In groepjes voor een natuurlijker effect.
In potten kun je ook bollen planten voor bloei binnenshuis. Narcissen en hyacinten hebben eerst een koele periode nodig voordat ze binnen tot bloei komen; voor kerstbloei wordt vaak ongeveer tien weken koelte aangehouden.
7. Vul lege plekken in de border
Na de zomer kunnen borders gaten vertonen. Half september is een goed moment om die op te vullen met planten die juist in de herfst aantrekkelijk zijn, zoals:
- Herfstasters.
- Hemelsleutel en andere sedums.
- Anemonen.
- Rudbeckia.
- Zonnehoed.
- Siergrassen.
- Herfstbloeiende salvia’s.
- Dahlia’s, zolang er geen vorst wordt verwacht.
Laat uitgebloeide stengels van sterke vaste planten gedeeltelijk staan. Ze geven structuur in de winter en bieden schuilplaatsen aan insecten. Knip alleen weg wat omvalt, ziek is of een pad hindert.
8. Snoei selectief
September is niet het moment om alles rigoureus terug te knippen. Veel planten bieden nog voedsel en schuilplekken.
Wel doen
- Verwijder dode, zieke of beschadigde takken.
- Knip uitgebloeide zomerbloemen terug als je herbloei wilt stimuleren.
- Snoei kamperfoelie na de bloei voorzichtig bij.
- Werk lange, slingerende takken van klimplanten bij.
- Knip zomerframbozen na de oogst tot aan de grond terug; laat jonge nieuwe scheuten staan.
- Verwijder wilde scheuten van fruitbomen onder de entplaats.
Bij kamperfoelie moet je niet alle jonge aangroei wegsnoeien, omdat daar de bloemen van het volgende jaar kunnen ontstaan.
Stel liever uit
Stel zware snoei van veel bomen en struiken uit als dat niet noodzakelijk is. Te vroeg snoeien kan nieuwe groei stimuleren die niet goed afrijpt vóór de winter. Ook snoeien in zonnig, warm weer kan onnodige stress veroorzaken.
Haagplanten kunnen vaak nog een laatste lichte vormsnoei krijgen, maar controleer eerst of er geen nesten of dieren aanwezig zijn.
9. Verzorg de bodem
De bodem is een van de belangrijkste aandachtspunten van september.
Compost en mulch
Breng rond vaste planten, struiken en bomen een laag compost of goed verteerde organische stof aan. Houd de mulch enkele centimeters van stammen en kroonvoeten af om rotting te voorkomen.
Geschikte materialen zijn:
- Rijpe compost.
- Bladaarde.
- Goed verteerde stalmest.
- Fijne houtsnippers voor paden en sierbeplanting.
- Gehakseld snoeihout.
- Bladeren, vooral als ze eerst worden versnipperd.
Mulch helpt vocht vast te houden, beschermt het bodemleven en remt nieuwe onkruidgroei.
Groenbemesters
Lege moestuinbedden kun je inzaaien met groenbemesters, zoals:
- Phacelia.
- Rode klaver.
- Inkarnaatklaver.
- Gele mosterd.
- Japanse haver.
- Winterrogge.
- Borage.
Groenbemesters bedekken de bodem en kunnen de structuur verbeteren. Maai of hak ze vóór de zaadvorming af. Laat het materiaal als mulch liggen of verwerk het later volgens de teeltmethode van je tuin. In september worden onder andere phacelia, klaver, mosterd, haver en winterrogge genoemd als opties.
10. Bladeren verzamelen
De eerste bladeren beginnen vaak al te vallen. Laat niet alle bladeren op het gazon liggen, maar ruim ze ook niet overal op.
- Verwijder een dikke laag van het gazon.
- Laat bladeren onder struiken liggen.
- Gebruik bladeren als mulch in borders.
- Verzamel ze apart voor bladcompost.
- Hak dikke, natte bladeren eerst fijn.
- Houd paden en terrassen vrij van gladde bladeren.
Bladcompost heeft tijd nodig. Een eenvoudige korf van gaas is al voldoende. Fijn gemaakte bladeren verteren sneller dan hele, natte bladeren.
11. Blijf water geven waar dat nodig is
September kan nog warm en droog zijn. Let vooral op:
- Nieuwe aanplant.
- Planten in potten.
- Fruitstruiken.
- Planten onder een dakrand.
- Moestuinbakken.
- Groenblijvende struiken.
- Planten met een ondiep wortelstelsel.
Geef liever één keer per week diep water dan dagelijks een klein beetje. Zo worden planten gestimuleerd dieper te wortelen. Geef bij voorkeur in de ochtend of avond en richt het water op de bodem, niet op het blad.
Minder water geven is wel verstandig bij planten die richting winterrust gaan, vooral wanneer de bodem van nature vochtig is.
12. Verleng het leven van zomergewassen
Tomaten
- Verwijder zieke bladeren.
- Bind zware trossen op.
- Knip nieuwe bloemtrossen weg die waarschijnlijk niet meer rijpen.
- Houd de bladeren zo droog mogelijk.
- Oogst vruchten voordat koude nachten of langdurige regen toeslaan.
Komkommers en courgettes
Laat gezonde planten nog produceren zolang ze er goed uitzien. Controleer regelmatig op meeldauw. Verwijder ernstig aangetaste bladeren en zorg voor voldoende luchtcirculatie.
Kruiden
September is geschikt om kruiden te oogsten voor de winter. Knip bijvoorbeeld:
- Tijm.
- Oregano.
- Munt.
- Dragon.
- Bieslook.
- Peterselie.
- Salie.
- Rozemarijn.
Je kunt kruiden drogen, invriezen in porties of verwerken in kruidenboter en olie. Oogst bij droog weer, bij voorkeur nadat de ochtenddauw is opgedroogd.
Gevoelige kruiden zoals basilicum kunnen tijdelijk binnen worden gezet, maar geef ze binnenshuis een zeer lichte plek en voorkom natte potgrond.
13. Verzamel zaden
Laat enkele sterke planten volledig afrijpen als je zelf zaad wilt winnen. Geschikte kandidaten zijn bijvoorbeeld:
- Bonen.
- Sla.
- Oost-Indische kers.
- Dille.
- Peterselie.
- Venkel.
- Goudsbloem.
- Paprika’s, mits het ras zaadvast is.
Oogst zaden pas wanneer ze droog en rijp zijn. Laat ze daarna nog verder nadrogen op een droge plek. Bewaar ze koel, donker en droog in gelabelde papieren zakjes of luchtdichte doosjes.
Noteer altijd:
- De plantensoort.
- Het ras.
- Het oogstjaar.
- De plek waar de plant stond.
14. Vermeerder vaste planten
Vaste planten kunnen in september worden gestekt of gedeeld, vooral wanneer de grond nog warm is maar de planten minder snel uitdrogen.
Delen is geschikt voor planten die te groot zijn geworden, bijvoorbeeld:
- Herfstasters.
- Geraniums.
- Hosta’s.
- Vlambloem.
- Duizendblad.
- Siergrassen.
- Munt en andere sterk uitbreidende kruiden.
Graaf de plant op, deel de kluit met een spade of scherp mes en plant de delen direct opnieuw. Geef ruim water en houd de grond de eerste weken licht vochtig.
15. Zorg voor dieren en nuttige insecten
Een levendige tuin hoeft in september niet netjes aangeharkt te zijn. Laat waar mogelijk:
- Uitgebloeide bloemhoofden staan.
- Holle stengels overwinteren.
- Een hoek met bladeren liggen.
- Een stapel takken of hout liggen.
- Bessen hangen voor vogels.
- Laatbloeiende bloemen staan voor bijen en vlinders.
Gebruik geen insecticiden als dat niet nodig is. Controleer planten liever regelmatig en verwijder rupsen, slakken of aangetaste delen met de hand.
Maak vijvers en waterbakken gedeeltelijk vrij van afgevallen bladeren, maar laat dieren altijd een uitweg houden. Een schuin geplaatste steen of tak voorkomt dat insecten en kleine dieren verdrinken.
16. Bereid kas, potten en gereedschap voor
Maak de kas geleidelijk winterklaar:
- Verwijder zieke planten.
- Maak glas schoon voor meer licht.
- Controleer ventilatieraampjes.
- Repareer kieren en losse ruiten.
- Haal zieke potgrond weg.
- Was potten en zaaibakken.
- Controleer vliesdoek, noppenfolie en bindmateriaal.
Maak tuingereedschap schoon en droog:
- Verwijder aarde.
- Slijp snoeischaren en spades.
- Druppel olie op scharnieren.
- Zet houten stelen droog weg.
- Controleer verlengsnoeren en apparaten.
- Berg slangen vorstvrij op zodra koude nachten worden verwacht.
17. Een praktische planning voor half september
| Moment | Belangrijkste klussen |
|---|---|
| Deze week | Oogsten, zieke planten verwijderen, herfstgewassen zaaien |
| Komende 1–2 weken | Knoflook, winteruien, aardbeien en vaste planten planten |
| Eind september | Bloembollen planten, groenbemesters zaaien, compost en mulch aanbrengen |
| Bij droog weer | Nieuwe aanplant en potten diep water geven |
| Voor koude nachten | Basilicum en andere gevoelige planten beschermen of binnenhalen |
| Voor de eerste stevige vorst | Pompoenen, pepers, paprika’s en gevoelige kuipplanten binnenhalen |
Wat je vooral nĂĂ©t hoeft te doen
- Niet alle uitgebloeide planten meteen afknippen.
- Niet elk blad uit de border verwijderen.
- Niet de hele moestuin omspitten.
- Niet alle groenten vroegtijdig oogsten.
- Niet dagelijks een klein beetje water geven.
- Niet zwaar snoeien zonder te weten of de plant op oud of nieuw hout bloeit.
- Niet zieke planten op de composthoop gooien.
De beste septembertuin is niet volledig opgeruimd, maar gezond, bedekt en voorbereid. Laat de tuin waar mogelijk nog produceren, voed de bodem, start enkele winterteelten en bewaar de grote schoonmaak tot het echt nodig is.